Ik ben onderweg naar de tapasavond met mijn vrienden van de cursus Spaans. We hebben twee jaar lang samen in de klas gezeten. We waren zelfs zo fanatiek dat we in de zomervakanties afspraken om het bij te houden. Dat was allemaal heel gezellig. Hebben we ook vast wat van opgestoken. Of dat het goede is, durf ik niet met zekerheid te zeggen want er was geen docent die ons corrigeerde. We vonden het zelf in elk geval een daverend succes.

Als ik binnenkom zie ik iedereen al zitten. We moeten voor anderen een vreemd gezelschap lijken: het wordt niet echt diverser dan dit. Zowel qua leeftijdsverschil, als qua persoonlijkheden.

Zo halverwege de avond slaat Jantinus zijn armen over elkaar. ‘Zal ik jullie eens wat vertellen…’
Ik trek een wenkbrauw op naar Mohamed, die grinnikt en dan semi-serieus naar Jantinus knikt.
Jantinus begint over de economie, de oneerlijkheid, de maatschappij…
‘Wat zit je te zeiken man.’ merk ik op een gegeven moment op.
‘Nou…’ antwoordt hij lachend. ‘Er zijn nog twee dingen waar ik over wil zeiken.’
Hij praat door tot de vierde ronde wordt geserveerd.
‘Nu is het klaar.’ zeg ik. ‘We gaan weer gezellig doen.’
‘Goed.’ Jantinus slikt zijn hap door. ‘Je hebt trouwens ook mensen die alles lekker vinden. Mijn vrouw is er ook zo één. Die vindt alles lekker, wat je haar ook voorschotelt.’ Hij kijkt rond. ‘Maar je kunt niet alles lekker vinden. Dat kán gewoon niet.’

Mohamed kijkt me aan. ‘Nu zit hij zelfs te zeiken over mensen die niet zeiken.’