Hoewel Into The Grave op een zeer christelijk tijdstip is geëindigd, heeft George besloten dat er een afterparty moet komen. En wel bij ons thuis. En wat zou het ook! Nick heeft zijn spullen toch bij ons laten liggen en Sikke’s fiets staat er, dus het is allemaal ”niet meer dan logisch om nog één biertje te drinken.”

Maar mijn lieve lezer: het is nooit één biertje. Het is in zeldzame situaties twee biertjes, maar in de meeste situaties zes of zeven en dan word je de ochtend erop wakker met de vraag waarom je niet gewoon alleen naar huis bent gegaan.

Vanavond komt het me niet uit. Ik moet morgen werken. Het is een serieuze baan. Niet zo’n muzikanten/schrijversbaan waar je, stinkend naar alcohol, met een sigaret in je mond kunt verschijnen. Vanaf nu ben ik een verstandig, volwassen mens. Ongeveer dan. Het hoeft maar twee dagen in de week.
‘Echt eentje!’ zeg ik dus als we de voordeur openen. ‘Om twaalf uur ga ik slapen!’
Eentje worden er meer. Natuurlijk. George is inmiddels naar bed en ik zit met Sikke en Nick aan tafel.

Om half één kijk ik op mijn telefoon. ‘Waarom gaan jullie niet weg?’