Omdat ik nog wakker ben, voelt het als de 25ste, maar inmiddels is het twaalf uur geweest en George is naar bed. Het is warm. Niet zo warm dat je denkt dat je nooit kunt slapen, maar wel zo warm dat je nog buiten wil zitten. In mijn vorige huisje kon dat. Daar had ik een dakterras waar ik gewoon kon hangen wanneer ik wilde. Bij dit huis mis ik dat. De enige optie is een stoeltje voor het huis parkeren, maar dan heb je meteen zo’n aanspraak van mensen. Vooral als je alleen zit.

Het is niet relaxed, maar ik ben nog niet klaar met de avond. Ik wil buiten zitten en wat drinken. Ik vraag Nick of hij wakker is, maar hij antwoordt dat hij ”plakkerig slaapt.”
‘Ja.’ zeg ik. ‘Iedereen slaapt nu plakkerig.’

Ik besluit alleen te gaan, nadat ik Samantha een berichtje heb gestuurd met de vraag of zij al slaapt. Ik til mijn geïmproviseerde stoelen naar de gang. Ana rent mee en begint aan het tapijt te krabben. Samantha opent haar deur.
‘Ik ga nog buiten zitten.’ zeg ik.
Ze knikt. ‘Ik ga mee.’

Het koelt langzaam af.
We gaan te laat naar bed.