Steffy is op bezoek. Ze kwam middenin de corona-tijd terug vanuit Mexico en hoewel we elkaar elke dag spreken, vonden we het verstandig om elkaar niet te zien. Je weet maar nooit wie en wat en hoe en pff…

Toen alles stabieler werd, planden we toch maar een weekend.

‘Hallo.’ zegt Steffy verlegen. George klemt zijn armen om haar heen. ‘Ik dacht dat we dat niet deden.’ zegt ze direct en ik sta er een soort van lullig bij dat ik die stap niet neem. Alsof het, ná de knuffel van George en het feit dat Steffy hier – hoewel in een eigen slaapkamer – verblijft én daarnaast onze badkamer gebruikt, nog iets zal uitmaken.

Maar m’n maat is terug. We hebben een leuke avond en ik ben jaloers op alles wat zij is.
‘Wat moedig dat je een rokje draagt.’ zeg ik, terwijl ik me de volgende dag, met zweet-reet en al, door mijn leven probeer te werken.
Steffy fronst. ‘Moedig? Ik zie dat niet als moedig.’
‘Nee omdat je goede benen hebt.’
‘Ik weet niee…’
‘En ze zijn ook zo bruin!’
Steffy kijkt fronsend naar haar benen en veegt erover. ‘Nee, ik denk dat ze gewoon vies zijn.’