George en ik organiseren een surprise BBQ party voor mijn ouders. Allemaal heel erg leuk, maar we merken wel dat de gasten een beetje in de war zijn. Wie moeten ze nou een cadeau geven? Ons – als bedankje – of mijn ouders, als cadeautje voor hun bestaan? Ik word al een paar weken overdonderd met berichtjes. ‘Moeten we een bijdrage doen?’ en ‘Wat zouden je ouders leuk vinden?’ zijn de meest gestelde vragen.

Ik antwoord elke keer dat wij geen bedankje of bijdrage willen en dat alle cadeau’s gewoon naar mijn ouders kunnen. Ik vind er weinig viering aan als mijn ouders geen cadeautjes krijgen, maar wij.

Lammy – de moeder van George – is minder spastisch over hoe alles nou moet. Ze vraagt me niet óf er een cadeau moet komen en voor wie dat dan moet zijn, maar gewoon simpelweg wat de wensen zijn.
‘Weet ik niet.’ antwoord ik direct op haar berichtje dat snel volgt op de uitnodiging. Maar vandaag weet ik het wel, want mijn moeder heeft verteld dat er iets in de tuin moet komen. Die wil ze graag helemaal opknappen.
‘Iets voor in de tuin.’ stuur ik direct naar Lammy.
Ze antwoord meteen. ‘Een tuinkabouter ofzo?’