Oooh wat is het vroeg! Maar als je mensen wil zien, dan moet je af en toe je bed uit. Deze ochtend zijn we op bezoek bij Lammy en Karel, de ouders van George. Als we gaan zitten laat Lammy een groene jas zien die ze online heeft gekocht, maar haar helaas te klein is.
‘Wat voor jou?’ vraagt ze.
‘Da’s niks voor Jack.’ zegt George direct.
‘En voor je moeder?’ probeert Lammy.
‘Ja.’ antwoord ik. ‘Zou wel kunnen.’
‘Eigenlijk hoop ik dat zij hem ook niet past, want dan is ze net zo dik als ik.’ lacht Lammy als we na een tijdje opstaan om de jas bij mijn ouders af te geven.

En Lammy heeft geluk! Ook mijn moeder krijgt de jas niet dicht. ‘Dat hoopte Lammy al, want dan ben je net zo dik als zij.’ zeg ik. Mijn moeder lacht en pakt haar telefoon. ‘De jas past mij ook niet. Véél te groot!’ typt ze. Ze legt haar telefoon lachend weg.
We drinken een kopje thee en dan wordt ons gesprek onderbroken door een ping.
We kijken alle drie vol verwachting naar het schermpje. Lammy’s naam verschijnt, met eronder in het tekstveld: ‘Niet waar. Trut!’