George ging vroeg naar bed. Ik heb de hele nacht geschreven. Elf uur werd twaalf uur. Twaalf uur werd één uur. En toen ik op dat moment dacht dat ik naar bed moest gaan zodat ik voldoende slaap zou krijgen, was het ineens vier uur ‘s nachts! Na een coma van zeven uur ontwaakte ik van gerommel in de keuken. Verdomme. Wéér een ochtend weggeslapen.

Ik hoorde voetstappen op de trap.
‘Hey. Ik heb ontbijt klaar staan.’ fluisterde George.

In halve slaapmodus schoof ik aan de tafel die vol stond met croissantjes, eieren, kaas… Ik keek op naar George: ‘Lief.’
Hij kwam erbij zitten. ‘Kranten zijn zonde van de bomen.’
‘Hoe kom je daar nou…’
‘Dat heb ik ook gezegd. Ze waren de Telegraaf aan het uitdelen.’
‘Oh.’
‘Ze wilden me een abonnement aansmeren. Dus ik zei dat ik dat zonde vind, want ja oké, misschien oude mensen… maar we kunnen toch gewoon op het internet het nieuws bijhouden, daarvoor hoef ik geen krant.’
‘Nee.’
‘Zonde van het papier! Maar het abonnement was ook voor online lezen.’
‘Oh.’
‘Ja. Maar goed. Het is de Telegraaf. Dat is een meningenkrant…’ George keek me ernstig aan. ‘Dat vind ik niet goed.’