Het is elf uur ‘s ochtends en mijn telefoon gaat. Eerst durf ik niet te kijken. Ik ben een beetje sceptisch over mensen die je in de ochtend bellen. Die staan dan al helemaal aan, terwijl ik mijn oogleden nog met ducktape aan mijn voorhoofd heb vastgebonden. Als ik spiek, zie ik dat het een video oproep is van Nick.

‘Hoi.’
‘Hallo Jack.’
‘Hoe was het?’
‘Raar.’ Nick zucht voor zich uit. ‘Hij vroeg wat ik te vertellen had, maar hij had mij uitgenodigd. Dus het was raar, want ik had niets te vertellen. Ik dacht dat hij wat ging vertellen.’
‘Oh.’
‘Ja.’ Het wordt even stil. ‘Dus toen ging hij Pavlov uitleggen.’
Ik schud lachend mijn hoofd.
‘Echt Jack! Ging ‘ie doen. Dus ik zei: ik weet wel wie Pavlov is.’
‘Maar?’
‘Hij ging gewoon door.’
‘En toen?’
‘Toen ging hij een hond tekenen op zijn whiteboard! Maar dan zoals een striptekenaar.’
Ik trek een wenkbrauw op, want ik snap het niet. Nick begint te lachen. ‘Ja je snapt me wel! Hij begon bij het oor. Zoals striptekenaars tekenen. Die tekenen iets compleet willekeurigs en jij denkt: wat gaan ze nou doen. En dan ineens is het iets.’