‘Het spijt ons zo verschrikkelijk.’
‘Dat mag ik hopen.’
‘Het is een heel project geworden.’
‘Ja.’
‘En dan ook nog bij jou…’
‘Ja.’
‘Nouja niemand zit erop te wachten natuurlijk. Dat het zo moet.’
‘Nee.’
‘Maar het is ook niet iets wat we dagelijks doen he.’
‘Nee.’
‘En het moet wel gewoon echt goed.’
‘Ja.’

Na twee uur kan ik weer gaan. Het is de vierde woensdagmiddag waarop ik niets kan doen, omdat ik bij de tandarts zit voor een behandeling die in totaal vier uur werk zou zijn. Zo gepiept joh!
Inmiddels ben ik een maand verder en de pijn is niet te harden. Niet alleen de tanden waar aan gewerkt wordt doen pijn. Inmiddels is alles gevoelig door de koude lucht en noem het allemaal maar op. Ik kan niet eens normaal eten.

De tandarts buigt zich over de nieuwe afdruk, want daar gaat het elke keer mis. De tandtechnicus stuurt de afdrukken weer terug met de mededeling dat ze net niet goed zijn. Mijn tandarts haalt zijn schouders op. ‘Als deze ook niet goed is…’  hij zucht. ‘Dan word je morgen weer gebeld.’ grapt hij.

Ik lach letterlijk als een boer met kiespijn met hem mee.