‘Ik kijk naar iemand die over de Afsluitdijk fietst.’ typt Nick.
‘Waarom fietst iemand over de Afsluitdijk? Doen meer mensen dat?’
‘Ik deed het twee keer met de scooter. Eigenlijk dus vier keer.’
‘Oké.’
‘Vanavond een drankje?’
‘Dat is oké.’
‘Wat ben je actief.’
‘Actief?’
‘Ja! Het is vroeg voor een reactie van jou. De middag is niet voor sociaal doen, toch?’
‘Ik kom net van een tentamen, ik moet even mijn hoofd verzetten voor ik een essay herschrijf.’
‘Wat goed van je Jack! Ik ga even proberen te slapen, dat lukt me niet goed de laatste tijd.’
‘Oké. Zal ik een liedje sturen?’
‘Misschien moet ik inderdaad muziek luisteren. Goed idee! Kun jij kiezen? Spinvis of Pink Floyd?’

Mijn gedachten gaan direct naar elf jaar geleden, toen we in zijn studentenkamer Spinvis luisterden tot ik er psychotisch van werd. En de keer dat Lotus Europa door de speakers knalde, terwijl Nick met hoge koorts, ijlend op zijn bed lag. Spinvis heeft nooit iets goeds gedaan voor zijn gesteldheid.
‘Doe maar Pink Floyd.’ antwoord ik.
‘Darkside it is.’

‘Ik ga mijn essay herschrijven. Gaat over het demarcatiecriterium.’
‘Vertel me daar maar over. Misschien val ik dan eindelijk in slaap.’