Steffy ontwerpt het logo voor Sjaakmat. Ze vraagt me om feedback, maar ik weet helemaal niets. Ik snap zelfs niet wat er nou toch mis is met Comic Sans. Ik heb dus geen recht van spreken.

Steffy en ik wisselen ideeën uit. Nadat we hebben besloten dat het schaakgedeelte toch iets meer naar voren moet komen, kijkt Steffy op: ‘Ik heb ook nooit geschaakt, dus ik weet niet wat dat precies inhoudt.’
‘Snap ik.’ zeg ik terwijl ik terugdenk aan die korte periode dat ik als kind even kon schaken. Waarom kan ik dat niet meer? Omdat er niemand was die het toen kon, behalve Leon?
‘Weet je nog dat wij wel hebben geschaakt vroeger?’ zeg ik tegen Leon.
Hij kijkt op. ‘Ja, maar dat is écht lang geleden.’
‘Ja.’
‘Ik had een vriend die heel goed was. Bij hem had ik geen enkele kans. Hij had ook allemaal medailles voor schaken. Die gast dacht tachtig zetten vooruit.’
‘Oh echt?!’ antwoord ik.
‘Ja. En als ik mijn zet maakte, zei hij altijd dat hij had verwacht dat ik precies dat zou doen. En dan dacht ik: had je het mij niet kunnen vertellen? Dan had ik niet hoeven nadenken.’