De vrouw van de avondwinkel kijkt op als ik binnenkom.
‘Heb je nog een flesje wijn voor me?’ vraag ik.
Ze begint te lachen. Dat heeft ze wel. Ze loopt naar achteren om het op te halen, want eigenlijk mag ze geen alcohol verkopen. Als ze terugkomt en de wijn gescand heeft, knikt ze naar het sigarettenkastje. ‘Ik heb alleen geen sigaretten meer.’
Er staan er genoeg, maar ‘’mijn merk’’ is er niet. Ik weet niet of ik me zorgen moet maken om het feit dat de vrouw precies weet wat ik rook. De wijn is trouwens ook altijd precies goed. Ik weet dat ze wit, rosé, rood, canei en hugo verkoopt, maar ze komt altijd aanzetten met mijn favoriete wijn. Ze vraagt nooit welke wijn ik graag drink, want blijkbaar heeft ze dat al heel snel opgeslagen. En ze verontschuldigt zich als ze geen Chardonnay heeft, of als ‘’die ene wijn die ik altijd zo lekker vind’’ er niet meer is en ze met een ander merk komt aanlopen.
‘Doe maar Marlboro dan.’ antwoord ik, want ik moet toch wel echt sigaretten hebben.

‘Morgen haal ik de goede sigaretten voor je.’ zegt ze vriendelijk als ik heb afgerekend.