We zitten met drie vrouwen op een rij.
Ik had hem al gespot, ergens bij een computer in het stille studiecentrum van de bibliotheek.

Zelf liep ik bij aankomst direct naar binnen, waarop de examinator ‘oh’ fluisterde terwijl ze ging zitten aan haar bureau. Ze checkte mijn ID. Ze checkte mijn woordenboek op spiekbriefjes en liep achter me aan naar de hal waar ik wilde plaatsnemen om te wachten.

‘Jullie mogen nu wel aanmelden.’ zei ze tegen de rest toen ik eenmaal zat. Ik keek geschrokken op. Ik was blijkbaar voorgekropen. Wie doet zoiets?

De jongen stond op vanaf zijn computer. Geen lelijke jongen. Ook niet de mooiste die ik ik ooit had gezien. Op zijn best gemiddeld, maar aangezien hij geen grapje maakte of iets interessants vertelde, was hij toch echt wel beneden gemiddeld. Ik werd er niet anders van.

Hij liep weg om zijn spullen op te bergen.
‘Het is wachten op de jongeman.’ grinnikte de examinator.
‘En wat voor één!’ antwoordde iemand.
‘Nou inderdáád.’ zei een dertiger in een bloemenjurkje.

Als hij komt aanlopen, lacht de examinator dromerig. ‘De dames zitten voor je in de rij. Op jou te wachten!’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Tja.’