George en ik staan in de keuken. Het is een normale dag, waarop normale dingen gebeuren. Die hele Covid-19 maakt echt nul verschil in ons leven. Ik zit nog steeds thuis en George werkt nog steeds op locatie. Het is allemaal een beetje aan ons voorbij gegaan. Het enige verschil dat ik kan aanwijzen, is dat mensen nu zijn overgestapt van denken dat ik een soort sociale angst heb, naar denken dat ik heel erg bang ben om dat virus te krijgen.
Dat ik oprecht niet heel sociaal ben zonder duidelijke angst, is iets wat er blijkbaar nog steeds niet helemaal ingaat.

Het maakt ook allemaal niet uit. Ik functioneer soms. En ik heb helemaal geen zin om elke keer een discussie te starten.
Ik kijk naar George terwijl hij wat groenten snijdt en ze in de pan gooit. George vind me denk ik niet raar. Dat is een van de redenen waarom we gaan trouwen. Het is hem ook allemaal om het even.

‘Hey’ begin ik. ‘Vind je het eigenlijk raar dat ik geen rijbewijs heb, terwijl ik 30 ben?’
George kijkt niet eens op. ‘Dat vind ik echt het minst rare van alles wat met jou te maken heeft.’