‘Spoel maar even.’ zegt hij. Ik spuug alleen maar bloed.
‘Hoezo kun jij tegen al dat bloed?’ vraag ik hem.
‘Je raak eraan gewend.’
‘Nee, je bent een psychopaat.’
Hij lacht. ‘Ik denk niet dat ik een psychopaat ben.’

Interessant. Psychopaten zijn namelijk niet per se eng of levensgevaarlijk. Ze zijn van groot nut voor de samenleving, maar door de boodschap die wij elke keer via media te zien krijgen, denken we dat het negatief is om een psychopaat te zijn. Ja goed, af en toe ontspoort er inderdaad even eentje en dat is wel wat ongunstig, maar over het algemeen maken psychopaten zich redelijk nuttig. Als chirurg bijvoorbeeld. Of president van Amerika.

‘Ben ik dan ook een psychopaat?’ vraagt de assistente geschrokken. Ik denk. Statistisch gezien is die kans klein; ze is een vrouw. De meeste tandartsassistenten zijn vrouwen, dus al zou zij een psychopaat zijn, dan geldt dat niet voor de beroepsbevolking. Zou ze haar beroep erop hebben uitgekozen? Zou kunnen. Maar ik gok van niet.

‘Je bent te empathisch om een psychopaat te zijn.’ besluit ik.
‘Ik wil geen mensen pijn doen!’ verdedigt de tandarts zichzelf.
‘Dat is een ideaal dat je dan niet goed nastreeft.’