Leon komt binnenvallen. Ik zit op mijn stoel met een kop thee terwijl Leon het huis door drentelt en een gesprek voert met George.
‘Koud vandaag zeg!’
‘Ja!’ George wrijft in zijn handen.’Er stond een behoorlijke wind.’
‘Jaaa man. Ik werd zowat omver geblazen!’
‘Het waait hier sowieso heel erg hoor. Heb je wel eens bij die torens gelopen?’
‘Ja!’
‘Naaah’ George schudt zijn hoofd. ‘Daar kun je niet lopen als het hard waait.’
‘Nee, maar het is nu ook zo koud.’
‘Ja, zeker. Die wind is koud voor de tijd van het jaar.’
‘Ja!’ knikt Leon. ‘Ik ben blij dat ik m’n vest heb aangetrokken.’
‘En aan het einde van de dag is het ook koud hoor. Poeh!’
Leon lacht. ‘Het is effe omschakelen, na Zuid-Amerika zegmaar…’
‘Kan ik me voorstellen ja! Maar normaal worden we rond deze tijd al uit huis gebrand hoor.’
‘Ja? Wordt het hier zo warm?’
‘Niet te doen!’

Ik zit te grinniken in mijn stoel. Plotseling valt het stil. Zowel George als Leon draaien zich naar mij toe, terwijl ik mijn lach probeer te onderdrukken.
‘Wat?’ zegt George. ‘Zit je ons nou uit te lachen?’
Ik knik.
‘Dit is hoe je met mensen praat, Jacky.’