Ik heb deze zomer ergens een verkeerde afslag genomen in mijn leven. Dat is de fout van Kevin. Het is wat mij betreft prima om iemand anders de schuld te geven van de dingen die jij zelf niet goed aanpakt.

Kevin kwam enkele maanden terug met het (liefste!) aanbod dat ik zijn Nintendo Switch mocht lenen, omdat ik Breath of the Wild na al die jaren nog steeds niet heb kunnen spelen. Het is zonder overdrijven het beste wat me dit jaar is overkomen. Er ging letterlijk een wereld voor me open. Ik speelde dagen en nachten, ik droomde zelfs over de velden, de bergen en de vijanden. Toen de Switch terug moest, was ik echt in de rouw. Ik miste de wereld en ik wilde méér. Alleen. Maar. Meer.

Twee weken later was ik nog verre van herstel. Ik opende mijn raam en rookte een sigaretje in het kozijn. De panfluit bleef dwangmatig doorspelen in mijn hoofd. Ik vroeg me af of ik er ooit vanaf zou komen. Had ik het zo veel gespeeld dat ik nu eindeloos de stalmuziek van Breath of the Wild in mijn hoofd zou horen?

George kwam op dat moment de trap afgerend en stopte middenin de kamer waar hij verward naar de tv keek. Hij liep naar de keuken, stopte even en liep toen naar het raam waar ik in zat.
Hij hing zijn hoofd naar buiten: ‘Volgens mij zit hier iemand panfluit te spelen.’