Terwijl ik sta te koken, zie ik mijn overburen verzamelen voor het raam. Ik blijf even kijken en zie dan tot mijn schrik dat ze bij mij naar binnen kijken. Maar kunnen ze me echt zien, terwijl ik zo ver weg sta? Onhandig begin ik een salade te maken. Elke keer als ik even stiekem opkijk, staan ze nog steeds bij me naar binnen te turen. Ik word er zenuwachtig van, maar ik moet toegeven dat ik het andersom ook wel eens doe. Ik neem mezelf plechtig voor niet langer bij mensen naar binnen te kijken.
Ik snijd de avocado, de mozerella, de tomaat en tover nog een beetje spinazie tevoorschijn. Als ik opkijk staan ze er nog steeds. Ze wijzen, ze kijken, ze overleggen, ze kijken nog meer.
Ik doe iets raars.
Ik loop ongemakkelijk naar de bank en laat me erop zakken. Met mijn rug naar ze toe, tast ik om me heen naar mijn telefoon. Ik wil niet omkijken. Uiteindelijk vind ik mijn telefoon. Er staat een berichtje van mijn buurvrouw Samantha op. Ik open het.
‘O nee! Ik had net een uitgebreide selfie-sessie en de overburen hebben er volgens mij de hele tijd van meegenoten!!’