‘Ik heb issues. Denk je dat je mij kunt helpen?’

Ik denk na. Waarschijnlijk kan ik hem niet helpen. Ik kan maar weinig mensen helpen. En als ik mensen wel help, dan is dat vaak omdat zij al weten wat ze kan helpen, waardoor ik alleen maar hoef te beamen dat datgene wat ze zelf noemen, iets kan zijn wat ze helpt. Ik doe geen reet.

‘Wellicht.’ typ ik terug op mijn Whatsapp. Ik heb dat sinds kort. Whatsapp. Ik kan niet zeggen dat het mijn leven heeft veranderd. Ik heb het alleen zodat ik met hem kan praten.

‘Ik heb geen geld meer en, het is echt kut om dit te vragen, kan ik wat van je lenen?’
Ik denk na. Er was iets met oplichters. Ik wil geen geld lenen aan een oplichter. Dan krijg ik het misschien niet terug terwijl ik dat wel wil.
‘Ik kom wel even langs.’ antwoord ik.
‘Hoeft niet.’
Aha! Een oplichter. 
‘Ik kan wel naar jou komen.’ typt hij direct.
‘Dat mag ook.’
‘Doe ik.’
‘Oké ik dacht dat je een oplichter was.’
Het blijft even stil. ‘Oja dat soort shit gebeurt natuurlijk. Wat goed van je dat je dat onthoudt.’