Door ons late eten (in mijn geval een hamburger op maanzaad bolletje) storten zowel Floor als George na het eten volledig in. En het is pas tien uur. De avond begint net!
‘Zul je zien dat ik net op dreef ben en dan zit ik weer in mijn eentje omdat iedereen slaapt.’
‘Zo gaat het altijd.’ antwoordt George.
Floor lacht. ‘Ik zei het toch!’
‘Nee. Ik heb het helemaal gehad met extraverten die honderdtien prikkels tegelijk nodig hebben omdat ze anders in slaap vallen.’ Ik neem een slok. ‘We gaan de kroeg in!’

Floor en ik doen één drankje in mijn lievelingskroeg, maar het helpt niet. Ik was vergeten dat mijn lievelingskroeg voor introverten is gemaakt. George heeft ook al zo’n hekel aan die tent.
Uiteindelijk borrelen we thuis weer verder. Dat is ook een stuk goedkoper.

De volgende ochtend word ik wakker met een droge mond. Floor hangt wat op bed en ik wandel naar de badkamer voor een slok water. Dan kijk ik in de spiegel. De maanzaadjes zitten tussen drie (!) verschillende tanden. Boos loop ik terug. ‘Had je dat niet effe kunnen zeggen? Jezus!’
Floor haalt ongeïnteresseerd haar schouders op. ‘Ik dacht dat dat zo hoorde.’