Ik typ een bericht naar Leon. ‘Hallo. Ik ben net in een Whatsappgroep gegooid waarvan ik hoopte dat ik er nooit aan zou hoeven participeren. Er zitten allemaal mensen in die ik niet ken, maar jij zit er ook in.’
‘Gewoon op mute zetten.’
‘Oké. Hoef ik niet te doen alsof ik leuk ben? Want dat gaat me vaak slecht af. Het is niet mijn natuur. Hoe is het leven vandaag?’
‘Het leven is goed.’
‘Hoezo?’

Het blijft wachten en tik onrustig op mijn benen. ‘Vertel nou!’
‘Laatste paar dagen een gezellige meid gezien.’
‘Ja … die…’
‘Nee een ander. Super schattig. Deze is veel leuker.’
Het blijft even stil en dan typt hij: ‘Jij bent trouwens echt een reus naast haar.’

Ik schud verontwaardigd mijn hoofd. ‘Een reus?! Ik ben 1.58!’
‘Ze is 1.48.’
‘Kleine mensen zijn leuk.’
‘Lange meiden zijn lomp en klungelig. Nooit aantrekkelijk.’
‘Wacht even: lang als in: Europese begrippen? Of boven de 1.50?’
‘Hahaha, boven de 1.80. Of 1.70, eigenlijk.’
‘Ja snap ik. Soms denk ik naast lange vrouwen wel eens: wat doe je toch lomp.’
‘Ja, het komt allemaal zo moeilijk over als lange meiden bewegen. Alsof ze net een nieuwe auto hebben en de maten nog niet helemaal doorhebben.’