Mijn moeder heeft op de jaarlijkse rommelmarkt van Olst een Spaans Taalkwartet kunnen bemachtigen. Het is niet alleen een vet leuk cadeau, het is ook nog eens perfect om mijn Spaans op peil te houden. Soms heb je namelijk geen tijd om een Spaans boek te lezen of om de zoveelste belabberde Spaanse film te kijken.

Ik ben een gelukkig mens.

Helaas ben ik momenteel een wat minder gelukkig mens. Ik heb pech. Of ik kan niet kwartetten. Het is ook al lang geleden. George en ik zitten met een drankje tegenover elkaar. Ik doe zo mijn best, maar ergens gaat iets niet goed. Ik verzamel constant van alle kwartetten drie kaarten en de laatste krijg ik maar niet te pakken. Ik blijf er – met afwisseling – om vragen, maar George heeft het allemaal opgeslagen in zijn hoofd. Hij trekt elke keer die ene kaart die ik nodig heb, ik vraag niet naar die ene kaart, en vervolgens vraagt hij alle kaarten van dat specifieke kwartet.

Op het einde van het spel liggen er twaalf kwartet stapels voor George. Ik heb er twee.
George lacht. ‘Ik vind het een leuk spel! Ook al versta ik er echt geen reet van.’