Het weer is perfect! Overdag fikken we ons huis uit en ‘s avonds – als alle verplichtingen erop zitten – is het natuurlijk tijd voor een wijntje op ons geïmproviseerde terras voor het huis. Het verbaast me nog steeds dat de stadswacht en politie ons gewoon laten zitten, hoe groot de groep ook is en hoe veel flessen wijn er ook staan. Volgens mij gunnen ze het ons wel.

Vanavond zitten we niet met een groepje. Zelfs George heeft geen zin om nóg een keer gezellig te doen. Nick en ik zitten dus samen met een drankje voor ons uit te staren. Samantha komt niet veel later thuis en doet twee wijntjes mee, voordat ook zij er genoeg van heeft. Er zit een limiet op gezellig doen met Nick en mij. Ik snap dat wel.

‘Leuk hoor.’ zegt Nick uit het niets.
‘Wat?’
‘Sjaakmat.’
‘Meestal vind ik het wel leuk ja.’ antwoord ik.
‘Het is ook leuk.’
‘Ja.’
‘Jup.’ Nick neemt een slok bier en zucht voor zich uit. ‘Wel jammer dat je nooit over mij schrijft, Jack.’
‘Wat!? Ik heb denk ik al wel twintig stukken over je geschreven.’
‘Oh.’ Nick lacht. ‘Dan moet ik het toch eens gaan lezen.’