Het moet wel bijna een van de beste dagen van het jaar zijn. Het straatfestival wordt weer opgebouwd en ook dit jaar staat er een podium recht voor ons huis.
De voorgaande jaren heb ik het straatfestival met Lennard doorgebracht, maar dit jaar wil ik dat niet. Dat is niet om hem. Ik weet inmiddels uit ervaring dat een avond waarop Lennard bier drinkt, resulteert in een ochtend waarop ik mezelf afvraag waarom ik me in hemelsnaam heb laten meeslepen. En dat kan ik allemaal niet gebruiken. Morgen komen Anouk en Ferry langs met hun kindje. Daarnaast heb ik een reis naar Poznan gepland en als professioneel panieker weet ik dat alcohol een angstaanjagende invloed heeft op je gedachten.

Samantha vraagt of we nog een drankje doen en ik antwoord – met enige ernst – dat ik wel vroeg naar bed ga. Twaalf uur, half één op zijn max. Samantha vindt het best. We drinken wijn, spelen een spelletje en babbelen wat.
Om half drie loop ik naar de koelkast. ‘Ik maak een nieuwe fles open.’ zeg ik alsof ik daar heel goed over heb nagedacht.
‘Is dat wel slim?’ vraagt Samantha.
‘Tuurlijk joh!’ antwoord ik terwijl ik inschenk.