Omdat George een weekend weg gaat, is het tijd voor nieuwe kleding. Dat is het voor hem trouwens ook als hij een feestje heeft. Of als het maandag is. Het maakt allemaal niet zo veel uit.
Hij neemt twee broeken en vier overhemden mee het pashokje in, waarvan er drie overhemden exact hetzelfde zijn, maar dan in een andere maat. Om dit stuk genderneutraal te houden, zal ik daar verder niet op in gaan.
In het pashok, dat groot genoeg is voor een compleet gezin, ga ik op het krukje zitten terwijl George zich omkleedt.
‘Oef.’  zeg ik als we samen zijn spiegelbeeld en resultaat bekijken.
‘Wat oef?’
Ik haal mijn schouders op en houd allerlei verschillende combinaties vast. Die tijd als fashion editor was dus niet helemaal weggegooid. De broek kan zeker niet, maar uiteindelijk vindt George wel een nieuw overhemd.
‘Als het allemaal niks wordt met me, kan ik gewoon nog personal shopper worden!’ zeg ik terwijl ik mezelf al zie staan tussen alle rijke mensen die tonnen willen uitgeven aan een nieuwe outfit.
‘Ja’ George laat een snufje horen. ‘Kun je iedereen die dik is lekker onzeker maken met die ‘’oef’’ van je.’