Uiteindelijk hoeven we nergens anders naartoe. We hebben een enorm rookhok gevonden waar, zodra je de deur dichttrekt, geen enkel spoor van muziek en geschreeuw meer te bekennen is. Heerlijk. Drie van de Losersclub zijn gestopt met roken, maar de rokers winnen het in dit geval van de stoppers door de serene rust die in de ruimte heerst.

‘Ik was echt bang dat jij niet zou komen man.’ zeg ik tegen Maikel.

Het had me oprecht jammer geleken. Maikel en ik kennen elkaar zonder overdrijven (!) ons hele leven al. Hij is een paar dagen ouder dan ik en we hebben tot ons tiende naast elkaar gewoond. We gingen naar dezelfde basisschool, naar dezelfde middelbare school, waar we ook nog in dezelfde klas zaten. Na het examenjaar ben ik vertrokken. De eerste jaren hadden we contact, maar ach. U weet hoe dat alles gaat. Vooral als men geen Facebook heeft. Bla bla.

‘Wat voor werk doe jij nu dan?’ Vraagt Simeon aan Maikel.
‘Jij hebt toch psychologie gestudeerd?’ herinner ik me.
‘Wat?’ Sander kijkt op. ‘Heb jij psychologie gestudeerd?’
‘Ja natuurlijk!’ Maikel gebaart rond de tafel waar we zitten. ‘Ik moest wel met al die gekken om me heen.’