Er is een ergernis in mijn leven. Ik heb niet zo veel om me druk over te maken, dus dit is echt een groot ding voor mij. Ik heb een moeilijke relatie met avocado. Toen ik in Arnhem woonde is de ergernis begonnen. Ik liet mijn groene avocado’s rijpen tot ze bruin waren en dat was het moment waarop mijn huisgenoot ze op at. Nét voordat ik het wilde doen. Wie doet zoiets?! Hoe kun je nog in de spiegel kijken als je tot zoiets in staat bent?!

George eet gelukkig geen avocado, want – herinner je de vorige blogs – het is een bange eter. Ik kan mijn avocado’s dus in alle rust laten rijpen, want niemand vreet ze op als het moment daar is. Maar het punt is dat ik zelf vaak niet weet wanneer het moment daar is. Avocado’s hebben een vreemde manier van rijpen. Ze kunnen keihard voelen en tegelijkertijd verrot zijn. Ik vind het echt een moeilijke vrucht.
George vindt dat ook, maar om andere reden. Vandaag wierp hij een blik op de fruitmand, met vier rijpe (en dus bruine) avocado’s. Hij twijfelde even, maar besloot de vraag toch te stellen: ‘Waarom is de fruitschaal depressief?’