Ik ben al dagen aan de schijt. Dat wil je vast niet weten, maar ik kan het niet mooier maken dan het is. Ik vermoed dat het te maken heeft met de vakantie van George en mij. We zijn nooit samen op vakantie geweest. Het lijkt me – voor we gaan trouwen – een essentieel ding om te doen.

We vertrekken naar Eindhoven omdat we morgen al vroeg vliegen.
Eenmaal aangekomen in onze prima hotelkamer, dwarrelen we al snel terug naar de bar. Er moet geproost worden.
Na een slok wijn kijk ik verward om me heen. ‘Is hier geen rookhok?’
‘Het is een rookvrij hotel.’ antwoordt George.
‘Maar… Hoe moeten we nou relaxed zitten dan?’
‘Hoeft niet. We maken het niet te laat.’
‘Nee, natuurlijk niet.’

George bestelt halve liters bier en ik drink elke keer een glaasje wijn mee. Hoe meer we drinken, hoe minder tijdsbesef ik heb.

‘Hoe laat is het?’ vraag ik na een tijdje.
‘Half één.’
Mijn mond valt open. ‘Dit is niet slim.’
‘Nee.’ lacht George. ‘Maar het is vakantie.’

Ik schud mijn hoofd terwijl George naar de bar loopt. Morgen wordt het een drama. Maar goed. Ik ben gelukkig niet meer aan de schijt.