‘Hallo oma!’ zeg ik enthousiast.
‘Dag Jacky.’
‘Was je weer aan het werk?’ Het is inmiddels de derde keer dat ik haar bel. De eerste keer was ze aan het eten (ik kon na vijf uur bellen, want dan was ze terug van haar vrijwilligerswerk op het bejaardencentrum), en toen ik om kwart over zes belde, kreeg ik haar man aan de telefoon. Oma was alweer vertrokken.   
‘Tja. Ik was net thuis en toen kon ik weer weg. Ik viel even voor iemand in. Maar zij valt ook wel eens voor mij in. Dus ach….’

Altijd een mooie reden om iets voor een ander te doen, is het niet?

‘Hoe gaat het met je?’ vraag ik.
‘Ik heb sinds twee weken een gaatje in mijn trommelvlies. Mag geen water in komen. Wat een gedoe met douchen zeg! Maar dit weekend had ik plots zo’n vreselijke oorpijn. Ik zat zaterdagochtend om acht uur al bij de huisartsenpost!’
‘O jee.’
‘Ja. En wat dat nou toch is…’
‘Heb je nog pijn?’
‘Nou ik moet zeggen, sinds vanmiddag…’ ze stopt. ‘Die huisartsenpost heeft het nagekeken. Ik heb medicatie.’
‘Is het nu beter?’
‘En druppels.’ gaat oma onverstoord verder. ‘Voor in mijn oor.’