Soms val ik in coma en beweeg ik niet als ik slaap. Vannacht was zo’n nacht. Ik verschuif om me om te draaien en trek mijn hand onder mijn hoofd vandaan. Hij hangt. Alsof ik een kakker ben die duidelijk wil maken dat ze niet onder de indruk is.

KUT. Ik heb een dropping hand. 

Ik schiet overeind en probeer hem te bewegen, maar hij blijft hangen. Ik zal de komende maanden niet kunnen typen, of gamen, want ik heb een dropping hand. Godsamme. Nick heeft dit gehad en hij was drie maanden uit de running. Ik kan niet drie maanden zonder gamen of schrijven!

Met alle wil in me probeer ik de hand te bewegen. Hij doet het niet. Hij is stuk. Kapot. Mijn leven is voorbij. Ik schud. Hij blijft hangen. Dit was het dan. Het was een goede hand. Moge hij rusten in vrede.

Ik staar verdwaasd voor me uit, tot ik ineens een tinteling voel. Ik probeer een vinger te bewegen en het lukt. Godzijdank het lukt!
Op dat moment wordt George wakker. ‘Hey.’ mompelt hij.
‘Ik had een dropping hand maar nu is alles voorbij.’
‘Oke mooi.’ zegt hij terwijl hij zich omdraait.