Ik wil héél graag vakantie. En als ik dit tentamen niet haal, moet ik tijdens de kerstvakantie opnieuw studeren. Ik voel daar niets voor. Ik wil echt even vrij, zonder stress of dingen die nog moeten. Ik wil een beetje rondwandelen door de stad, of ergens een tosti eten, zonder te denken aan alle dingen die eigenlijk nog moeten.

‘Ik ben wel echt gespannen hoor.’ vertel ik tegen Kim, met wie ik onderweg via telefoon even bijpraat.
‘Snap ik heel goed meid.’
‘En dan moet ik zo ook nog lunchen, want het tentamen duurt drie uur. Ik kan niet tot vijf uur teren op alleen maar ontbijt.’
‘Da’s ook niet goed voor je concentratie!’ beaamt ze. ‘Probeer maar wel even te eten hoor! Kleine hapjes.’

Ik knik.

Nadat ik een lauwig kaasbroodje heb weggewerkt, komt het bekende gevoel op dat me nooit in de steek laat tijdens momenten van stress.
‘Ik moet echt poepen.’
‘Oh jee… Kun je wel ergens terecht?’
‘Op het studiecentrum.’ antwoord ik. ‘Maar dat vind ik ook nogal wat…’
‘Kom op! Gewoon gaan!’ zegt ze terug. ‘Straks kun je je niet concentreren!

Het blijft even stil.

‘Jacky! Je hele vakantie hangt af van deze drol!’