‘Drank?’
Ik kijk op mijn telefoon. Het is half elf. Dat lijkt mij een prima tijd.
‘Ja!’ typ ik terug. ‘Moment. Ik maak mijn game even af.’

Als ik kom aanlopen, zit Lennard er al, maar dat weet ik niet. Er zijn veel mensen. Er staat een jongen met een gitaar. Ik loop naar hem toe en bekijk hem – echt gebeurd! – uitgebreid, récht voor zijn hoofd en concludeer na een onhandig lange tijd dat het niet de jongen met de gitaar is die ik zoek. Lennard zit op een bankje verderop en lacht me uit. Hoe is het mogelijk dat ik Lennard na dertien jaar niet herken?
‘Je zegt ook niet even wat hè.’ lach ik als ik naast hem plof. Hij grinnikt en haalt zijn schouders op.

We proosten en Lennard tuurt een beetje voor zich uit. ‘Sjaakmat.’ zegt hij plotseling. ‘Leuke stukjes. Leuke naam ook.’
‘Ik zag op Google dat er een rapper ofzo is die Sjaakmat heet. Wat als hij boos wordt dat ik ook Sjaakmat heet? Wat als hij me aanklaagt omdat hij succesvol is en ik zijn naam heb gejat?’
‘Een rapper die Sjaakmat heet én succesvol is?’ zegt Lennard. ‘Dat lijkt me sterk.’