Nou, ik wil het niet te vaak herhalen, maar het openbaar vervoer is meestal niet oké. Hoewel deze reis beduidend korter is dan de reis die ik heb gemaakt om van Leeuwarden naar Olst te komen (bijna vier uur), ben ik toch weer gestrand. Er staan allemaal gele hesjes (niet die boze mensen die eigenlijk ook niet snappen waarom ze precies boos zijn en geen hand geven) die de passagiers de weg proberen te wijzen.

Er staan twee bussen klaar.

‘Zo!’ zegt de chauffeur door de microfoon. ‘Fijn dat jullie mij vertrouwen want ik ben ook maar in opleiding. Tegenwoordig kunnen ze iedereen gebruiken.’
Ik denk aan de zin die ik tegen mijn moeder uitsprak voor ik doorreisde naar Leeuwarden: ‘’Zul je net zien dat het laatste gedeelte van de reis iets fataals gebeurt.’

Ze wuifde het weg.

We vertrekken, en nog geen minuut later staan we weer stil: ‘Ziet u hier tussen de bomen het schilderij van de Gebroeders …’
De reactie van mijzelf en medereizigers blijft uit.
‘Nou dat hangt hier dus tussen die bomen en we doen het toch even aan.’ Gaat de buschauffeur verder. ‘Want met de trein ziet u dit soort dingen niet.’