Het openbaar vervoer in Praag is goed geregeld. Elke vier minuten gaan er metro’s en trams vanaf alle (uit)hoeken van de stad. George en ik verblijven in Kralin, een wijk die recent opgeknapt is en nu een soort hipsterparadijs moet worden. Het metrostation van Kralin bevindt zich op nog een vijf minuten lopen van het hotel en binnen nog eens vijf minuten staan we in het oude centrum.

Nouja. Als je de moed hebt verzameld om die roltrap naar de metro’s te nemen. Je kunt me in Praag op de mooie brug zetten, of in die bieb, of elk ander pareltje dat de stad te bieden heeft, maar die roltrappen maken toch wel de meeste indruk. Wat een absurde bedoeling! De roltrap op metrostation Kralin gaat snel. Zo snel dat je met een half oog dicht erop gokt dat je er juist op bent gestapt. Denk je dat je het ergste hebt gehad, dan komt de afdaling.

Met knikkende knieën grijp ik me aan George vast. ‘Jezus Christus wat is het hoog! En snel! En stijl! We gaan wel 500 meter stijl naar beneden!’ snik ik met trillende handen.
‘Ik denk 30.’ antwoordt George rustig. ‘Maar kolere wat is het hoog!’