Rond half tien ‘s avonds ontvang ik een smsje van Anouk: ‘Is het alweer tijd om het weekend door te nemen?’
Dat is het zeker. Sinds een paar weken videobellen we elke vrijdagavond. En het begrip ‘’even’’ mag je hier ruim nemen, want de afgelopen weken ben ik niet voor vier uur ‘s nachts naar bed gegaan. Afijn. Met Anouk en Ferry vanuit Rotterdam, Leon en Steffy vanuit Chili, en George en ik vanuit Leeuwarden, is het toch elke keer weer een beetje boffen dat we nu kosteloos zo lang kunnen bellen als we willen. Maar alles heeft zijn grenzen. Ferry en George zijn in slaap gevallen en ook Anouk moet helaas rond een redelijk tijdstip naar bed, omdat haar dochter over een paar uur alweer wakker wordt. Leon en Steffy hebben het beter voor elkaar. Het is zes uur vroeger in Chili, dus terwijl iedereen hier gaat slapen, zijn zij net begonnen met koken. Ik blijf gezellig bijpraten, maar ik waarschuw dat ik zo wel écht naar bed ga.
Rond half vier hoor ik chagrijnig gemompel en de slaapkamerdeur met een klap dichtgaan.
‘We praten te hard.’ concludeer ik terwijl ik het laatste bodempje uit de fles giet.