Tijdens het opruimen van mijn kast, maak ik grote stappen. Ik heb 1 containerzak helemaal vol met kleding en oud ondergoed. Ik heb ook nog een extra vuilniszak kunnen vullen met kleding en broeken. Er hangen nog acht broeken in mijn kast. De rest zit in de zak DIE IK NIET WEGGOOI MAAR DIE NAAR DE ZOLDER GAAT.
Laat daar geen verwarring over zijn.

Over enkele truien en shirtjes twijfel ik. Die mag ik van mezelf houden, maar eigenlijk is het nog te veel.
Ik ben mijn kast aan het inruimen, maar ik heb amper plaats voor alles wat ik wil houden. Hoe heb ik in hemelsnaam dat 2/3e deel dat naar de zolder gaat allemaal ín die kast gekregen? Moet ik hardere keuzes maken?

Waarom voelt dit helemaal niet zo minimaal en fijn als ik had gehoopt?

George komt thuis en kijkt naar de stapeltjes shirtjes en de kast. ‘Goed bezig lieverd.’
Ik kijk naar hem op. ‘Bedankt.’
Ik houd een rood shirtje voor me dat ik vaak heb gedragen. Hij is echt leuk. Kan dat zomaar weg?

‘Bewaren? Vind je deze leuk?’ Ik kijk hoopvol naar George.
‘Ja! Die is leuk!’ George kijkt me lief aan. ‘Voor thuis.’