Overal liggen kleren, sjaals, armbanden, handtassen, schoenen… Ik zucht en typ een berichtje naar Samantha: ‘Ik kan wel janken.’
‘Ja. En ik kan je er niet mee helpen. Kleding is zo persoonlijk.’ antwoordt ze.
Klopt. Niemand kan me helpen en dat wil ik ook niet, want ik moet de controle houden.

Ik ben geen verzamelaar. Het huis ziet er prima uit. Je moet alleen niet in de slaapkamer komen, maar de slaapkamer is ook te klein. Het is niet mijn schuld dat daar maar één kast kan staan en dat ik verder de grond moet gebruiken. En twee planken in de gang. En de grond van de gang.
Boven ligt alles vol, maar mijn kast is óók nog steeds vol. Hoe kan dat nou weer?

Ik leg de armbandjes uit mijn gothic tijd zorgvuldig op tafel. Ze kunnen niet weg. Wie weet wanneer ik ze wil dragen? Jezus man! Ik was vergeten dat ik ze had! Ik klik één armband om mijn pols. Het zit naar. En er bungelt de hele tijd een doodshoofdje tegen mijn pols. Ik trek hem los.

Als ik nou een nieuw doosje aanschaf, dan kan ik die armbandjes dáár weer in doen. Probleem opgelost.