Dingen waar ik blij van word. Een lijstje:

  1. Hugh Grant
  2. Sneeuw (voordat iedereen er overheen loopt/rijdt en het schmuschie wordt)
  3. De pluiskont en uilenpoten van Paddy (de kat van buurvrouw)
  4. Wijn
  5. Sigaretten
  6. Als het draaiorgel ‘Have You Ever Been Mellow’ draait en George erop gaat hakken
  7. Sfeerverlichting
  8. Niet-werkende deurbel
  9. Floof Pipi (onze kat) die bij me onder de deken kruipt en haar hoofd op mijn kussen legt
  10. Anakin (onze kat) die heel hard miauwt omdat hij ergens op wil springen wat niet kan
  11. Wiskundige formules met de hand uitschrijven, berekenen en beseffen dat ik het snap
  12. Thuisquarantaine

Afgelopen zondag werd ik ziek. Verkoudheid, kuchjes, hoge koorts. Dat allemaal. George volgde mijn voorbeeld. ‘Ik wil niet dat je naar je werk gaat.’ zei ik.

Je zou maar iemand besmetten met Corona.

De arts beaamde dat we beter niet uit huis kunnen gaan, tot alle klachten weg zijn. En het is hemel op aarde. Voor mij dan. Ik hoest nog steeds en ik heb hoofdpijn als een malle, maar dit alles is prima te doen. Jezus man, twee weken lang niet uit huis mogen én niemand mogen zien… Utopie.

Ik had buurvrouw Samantha (die van de Paddy-Pluiskont-Kat) al geïnformeerd dat George en ik beiden wat gekke klachten en koorts hebben en dus thuis moeten wachten tot het voorbij is. We delen een voordeur aan de straat, maar in het pand zitten nog twee separate deuren, een naar haar huis en een naar dat van ons. Het leek me noodzakelijk te melden dat de gedeelde voordeur en hal besmet kunnen zijn met virussen. Maar Samantha heeft daar geen boodschap aan.

Ik hoor gestommel op de gang en een harde stem als George de laatste boodschappen aan de voordeur heeft aangenomen (want naar de winkel gaan doe je dus ook niet).

‘Jack?’ schreeuwt George terwijl hij onze voordeur opent.
‘Wat is er?’ antwoord ik terwijl ik mijn netjes gewassen handen met een papieren doekje afdroog.
‘ER ZIT EEN HELE GROTE SPIN.’ zegt Samantha met grote ogen.
‘O ja…’ ik kijk naar George, die wel akelig dicht op Samantha staat in de hal. ‘George, houd nou even afstand.’

‘Nee dit kan! Kijk! Dit is zeker wel een meter!’ Samantha kijkt ons wanhopig aan. ‘Haal de spin maar gewoon weg, straks komt hij bij mij naar binnen!’