We zijn op weg naar een patat – jullie noemen dat vast friet –  tentje dat een soort van hip is. De patat wordt gemaakt van aardappel. Zoals alle andere patat. Maar dat vergeten we allemaal zodra de schil er niet omheen zit en er geen apparaat staat dat live een enorme aardappel in stukken verdeelt. Bij deze zaak komt dat aardappel-gevoel lekker tot zijn recht. En daar betaal je voor. Je kunt toch potverdorie niet verwachten dat iemand zijn aardappel met een machine in achten hakt en dat je dan dezelfde prijs betaalt als bij Cafeteria Het Lelytje. Voor één kleine patat en twee frikandellen met mayo mogen we tien euro betalen. En eet smakelijk.

Terwijl George en ik aan het raam zitten, stopt de ene na de andere toerist om naar ons bord te kijken en zijn groep te seinen dat je hier patat kunt eten. Als ik een hap frikandel wil nemen staat er een groepje Duitsers te kijken hoe ik dat precies doe.

‘Heb je het gevoel dat we tentoongesteld worden?’ vraag ik aan George terwijl hij net een hand patat in zijn mond duwt. Hij kijkt opzij, recht in de ogen van de toeristen. ‘Een beetje.’