Ik kook niet graag. Ik kan het trouwens ook niet. Waarom mensen er toch zo veel plezier uit halen is me een raadsel. Vrienden van me zeggen wel eens dat ik ‘’dit recept toch moet proberen.’’
Het resulteerde in een quiche die er zo aan de onderkant van de bakvorm weer uitstroomde. Een éénpansspaghetti waarbij ik te veel water had gebruikt, waardoor ik uiteindelijk alle kruiden moest afgieten en er een flauw hoopje pasta met verdwaalde courgette overbleef. Een boterkoek die niet naar boterkoek smaakte. En dit fiasco.

Vanavond eten we dus soep, want ik kan niet meer afhalen en mijn pakketten van MyCooks zijn op. George vindt dit allemaal niet erg. Die eet zo graag soep, dat ik hem ervan verdenk dat hij soms zegt dat hij ziek is, alleen maar zodat hij weer kippensoep mag eten.
Ik houd zelf meer van verse soep en die kan ik wél heel goed maken. Zoals een vriendin van me eens zei: ‘Soep maken is gewoon je eten verkloten.’

En dat is waar, denk ik. Want ik kan het.

George haalt een groot, rond ding uit zijn tas. ‘Turks brood!’ zegt ‘ie enthousiast. ‘Het langverwachte vervolg op Turks Fruit.’