Als een overgebleven pizza het hoogtepunt van je dag is, dan gaat er iets mis in je leven. Ik moet wat gaan doen buiten mijn huis, maar buiten zijn mensen. En mensen die ik niet ken vind ik geen probleem, tenzij ze tegen me oplopen in de HEMA. De mensen die ik wél ken, vormen een groter probleem. Het is vandaag niet de dag om naar buiten te gaan en het risico te lopen dat ik iemand tegenkom. Om korte gesprekken te voeren over hoe het nu met ons is en dat we koffie moeten drinken. Dat wil ik niet. Soms wil ik mijn hoofd in de buik van Samantha’s kat Paddy verstoppen, omdat je verdwijnt in al zijn haar. Ik vraag me af of Samantha dit doet op slechte dagen. Er is niets rustgevender dan je hoofd op de buik van je kat leggen. Ik heb Floof en Ana, maar zij hebben niet zo veel haar. Dat is een verdrietige constatering vandaag.
Gelukkig is er pizza. Floof komt voorbij lopen en pakt zogenaamd stiekempjes een olijf vanaf de pizza mee in haar bekje. Ze springt van tafel en peuzelt hem op.
Niet iedereen heeft een saaie dag.