Mijn hoest is nog steeds niet weg, maar ik maak me daar weinig zorgen over. Het is een week geleden en iedere roker weet: als je in januari verkouden wordt, dan kuch je tot ergens halverwege juni. Maar we passen wel op. En we zitten (net als iedereen, inmiddels) nog steeds in thuisquarantaine.

George en ik hebben beiden niet gehamsterd. We hadden voor alle chaos al boodschappen besteld. Toen was ik nog in de veronderstelling dat ik afgelopen zaterdag de hele dag thuis pas-sessies zou hebben voor mijn trouwjurk. En ik was – trots op mezelf – niet vergeten om koekjes voor bij de thee te halen, want inmiddels heb ik geleerd dat mensen dat graag willen.

Maar goed, de pas-sessie ging niet door en de koekjes bleven liggen. Tot vandaag.

Ik loop de keuken in en neem het pak koekjes uit de lade. Als een geconditioneerde hond, staat George op zodra hij het gekraak van het pakje hoort. Ik neem er één koekje uit en plaats de verpakking terug.
George kijkt me met open mond aan: ‘Ik sta gewoon náást je! Trut.’
‘Je hebt net chips gehad.’
‘Ja! Dus?! Dat betekent niet dat ik niet wil weten hoe de koekjes smaken!’