Vandaag dringt het tot me door dat ik over een paar dagen in een vliegtuig zit. En ook terug moet. En ik heb niet eens de tijd om me rustig voor te bereiden, omdat Anouk en Ferry dit weekend bij ons langskomen. Bij de zoveelste hartoverslag en kramp in mijn borst, raak ik in paniek. Ik moet mijn vader bellen.

Na een gesprek van twee uur, ben ik redelijk gekalmeerd. Niet zo kalm dat ik boven de grond zweef, maar wel kalm genoeg om te functioneren. En functioneren is belangrijk; vandaag moeten we stemmen. George en ik zien voor het stembureau een cameraman staan en een persoon die op de foto gaat met iemand.
‘Piet Paulusma.’ zegt George terwijl hij wijst. Ik vind het helemaal gezellig, maar ik heb Piet Paulusma vaker gezien; dat is het voordeel (of nadeel?) van in Friesland wonen. De vrouw die met hem op de foto gaat, denkt daar anders over. ‘Sorry hoor.’ zegt ze tegen haar man. ‘Vind je het vervelend dat ik met hem op de foto wilde?’
De man lacht lief en slaat een arm om haar heen. Ze trekt een serieus gezicht. ‘Ik vind hem gewoon heel erg leuk!’