George en ik rijden langs een enorm bord waar ‘Panta Rhei’ op staat.
‘Het komt me bekend voor!’ zegt George. ‘Maar waaarvan nou..’

‘Panta Rhei komt van Heraclites.’ Antwoord ik serieus. ‘Het betekent dat alles stroomt. Alles is in beweging, ofwel flux. We kunnen niet twee keer in dezelfde rivier stappen, want alles stroomt. Heraclites staat met deze filosofie lijnrecht tegenover Parmenidus. Die vond namelijk dat onze zintuigen ons misleiden te denken dat alles in flux is. Onze zintuigelijke beperking is er een die we moeten overwinnen om zo de ware echte wereld te zien. Panta Rhei bestaat niet. Gek genoeg hangt Plato beiden Parmenidus en Heraclites aan. Plato vond in eerste instantie dat Heraclites gelijk had: alles stroomt. Maar als Plato akkoord zou gaan met dat idee, komt hij in een soort rationalistisch perspectief terecht, eentje dat Socrates natuurlijk voorheen al kapot maakte. Plato draaide Panta Rhei daarom maar om. Hij zei: ‘Nee. Zo kom ik geen fuck verder, dus ik vind nu ook dat onze zintuigen ons misleiden zoals Parmenidus zegt.’ Hij bedacht de wereld van de Vormen als oplossing, vrij van flux en zintuiglijke beperking.’

George blijft voor zich uitstaren. ‘Dit klinkt als Drunk History.’