Soms ben ik ineens op reis. Dat betekent dat ik wandel door de stad en op plekken kom waar ik wel moet zijn, maar niet per se wil zijn. Vandaag ben ik op een industrie-terrein beland waar geen normaal wandelpad te vinden is. Ik loop tussen auto’s door en over parkeerplaatsen terwijl iedere chauffeur denkt: wat moet dat verwarde mens hier. Maar ik volg mijn route. Ik sla links af, ik ga rechtdoor, tussen de grijze lelijke gebouwen door. Alles is prima. Mijn navigatie geeft aan dat het nog 50 meter is. Vlak na de kartbaan rechts.
Ik kom uit bij een modern gebouw met een bruggetje en een vijver die er onderdoor loopt. Wie bedenkt zoiets, op een industrieterrein?
Ik druk op de bel.
‘Wat is er?’ vraagt een man die de deur uitkomt.
‘Ik moest me hier melden.’
‘Waarvoor?’
‘Ik heb een verrot gebit dat gemaakt wordt en jullie weten hoe dat moet.’
‘Neem plaats.’ hij gebaart naar binnen.Op datzelfde moment komt er een man aanlopen. Hij bekijkt me en begint vriendelijk te lachen. ‘Ben jij wel oud genoeg om een verrot gebit te hebben?’
‘Vast niet.’ antwoord ik. ‘Maar het is wat het is.’