Het lijkt er bijna op dat er altijd wat is met het openbaar vervoer. Vandaag moet ik een bus nemen van Leeuwarden naar Meppel om vanaf daar met de trein verder te kunnen naar Olst. Bussen vind ik geen probleem. Je ziet meer van de omgeving. Je kunt dorpjes goed bekijken, omdat de bus er nou eenmaal doorheen moet om op het station te komen.

In Heerenveen stapt een oude man in. Een vrouw op de voorste rij wordt verzocht plaats te maken voor hem, omdat hij niet zo goed kan lopen en zwak is. Ze staat direct op. De man zegt dat hij naar Delft moet. Ik vind het een beetje zielig dat hij dat helemaal in zijn eentje moet doen. Terwijl we door de dorpjes rijden, kijk ik mijn ogen uit. Leuke kerkjes, schattige steegjes en interessante gebouwen vliegen aan me voorbij. Ik geniet. Het verbaast me vaak dat mensen op reis gaan om mooie dingen te zien, terwijl we die ook in Nederland hebben. Sterker nog: bijna ieder dorpje heeft wel wat moois. Maar de oude man lijkt dat niet te vinden. Zijn ogen vallen constant dicht.

Misschien heeft hij al genoeg mooie dingen gezien.