George stuitert in de auto. Vanavond is het tijd voor zijn kerstborrel op kantoor. Ik ga, zoals een goede schrijvende kluizenaar betaamt, wederom niet mee.
‘Vind je het erg?’ vraag ik als we terugrijden van werk.
‘Nee. Ja. Nee. Ik bedoel…’ George kijkt van links naar rechts, trommelt op zijn stuur en praat snel. ‘Ik vind het leuk als je meegaat, maar niet als jij dat niet leuk vindt… Wat staat daar??’ George wijst.
‘Ik weet niet.’
‘Kijk daar dan!’
Ik zie niets. George blijft bewegen. Ik bekijk hem en dan valt het kwartje. ‘Ah.’ zeg ik. ‘Je bent aan het opladen.’
‘Wat?!’
‘Ja. Dit is wat jij doet als je ergens naartoe gaat. Dan zit je al in die drukke sociale stemming voor je er bent.’
‘Ach!’ George trekt een gezicht en wijst direct weer naar buiten. ‘Ha! Dat monument staat ook verkeerd!’
Ik zie een standbeeld voorbij schieten en lach.
‘Wat nou?’
‘Je bent echt zeker weten aan het opladen. Je spreekt weer alles uit wat je ziet en wat er in je opkomt.’
‘Helemaal niet.’ schreeuwt George. ‘Ik heb de helft niet gezegd! Ik heb niets gezegd over de mini kerstboompjes waar we langs reden!!’