George is dol op fruit. Maar echt zoals een klein kind dat kan zijn (ja, ik kijk naar jou Hannah).
George blijft fruit eten. Waar ik met moeite twee stukken fruit per half jaar naar binnen werk, moet George oppassen dat hij niet zo veel fruit eet dat hij in een sugar rush belandt.

Hij heeft ook geen voorkeur. Mandarijnen, bananen, kiwi’s, tomaten en zijn twee favorieten: mango en meloen.
Er is nog geen week voorbij gegaan dat er geen mango’s waren die complete fruitschaal in beslag namen. George eet mango voor ontbijt, lunch, avondeten… Het maakt allemaal niets uit.
Zijn andere passie gaat uit naar meloenen. Hij weet niets van koken, van eten bereiden op wat voor manier dan ook, maar hij weet wel wanneer de meloen precies goed is, en hoe je het ding dan opensnijdt en de zaadjes op een perfecte manier verwijdert. Het is een nutteloze vaardigheid die hij tot in de puntjes bezit.

Ook vandaag komt hij weer trots aan met drie soorten meloenen.
‘Dat is veel.’ concludeer ik als hij ze met een grote glimlach op het aanrecht plaatst.
Plotseling verandert zijn blik. Hij kijkt me ernstig aan. ‘Ik ben een meloenair.’