Al sinds ik Lennard ken, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat hij – zo mogelijk – nog wat onhandiger met mensen communiceert dan ik. Het resultaat is meestal een gortdroge (maar grappige) dialoog.

Behalve zijn gevoel voor humor, kan Len ook gitaarspelen. Heel erg goed. En dat is oprecht zijn redding.
De eerste (en enige) keer dat Lennard en ik mijn ouders gingen opzoeken, stelde hij zich rustig voor. Daarna drentelde hij wat op zijn laarzen door de woonkamer en pakte toen een oude gitaar uit de hoek. Terwijl ik even bijkletste met pa en ma, begon Lennard zachtjes te pingelen. Hij stemde het ding hier en daar en binnen een minuut zat hij met half dichtgeknepen ogen op de bank een bluesconcert te geven.

Toen we vertrokken en Lennard wat vooruit liep, reageerden mijn ouders enthousiast. ‘Wat een leuke jongen zeg!’

Lennard had geen woord gezegd.

Dit weekend is hij naar Rotterdam om even te ontsnappen aan Leeuwarden. Zijn gitaar heeft hij thuis gelaten.

‘Maar… Als je geen gitaar bij je hebt, hoe communiceer je dan met mensen?’ vraag ik hem.
‘Amper.’ reageert ‘ie. ‘Ik heb wel wat mensen leren kennen. Door middel van een leengitaar.’