Er zijn een aantal geluiden die ik een genot voor het oor vind.
Neem bijvoorbeeld het geluid van de appels van Crash Bandicoot. Die appeltjes liggen daar allemaal voor het oprapen. En zodra je er overheen loopt, krijg je een geluidje. Er is geen beter geluid dan de appels van Crash Bandicoot.
Hetzelfde geldt trouwens voor het geluid van een kalimba, het geluid van Link die in Breath of the Wild dingen verzamelt (pling-plong), én het geluid van mijn kat die zo uitgebreid kan gapen dat hij ondertussen een grote, ingeademde miauw doet.

Maar er is nog een geluid waar ik he-le-maal- Crash Bandicoot op ga: de toets-klikjes van een Apple telefoon.
Echt. Klik-klik-klik-klik…-klik…-klik. En tegelijkertijd heeft het een ‘plopje’. Het is te dof om een klik te zijn, maar te levendig om een plof te zijn. De mensen die mijn idee over geluid delen, weten precies wat ik bedoel.

Ik vind het dus fijn om dat toets-klikje aan te hebben, want daardoor voel ik me compleet.

Het is zaterdagochtend. Ik antwoord op een bericht van Steffy. Naast me in bed hoor ik een enorme zucht en als ik me naar de zucht toedraai, zie ik een hoofd in het kussen verdwijnen.

Ik frons. ‘Wat is er?’
Vanuit het kussen komt een nieuwe zucht. ‘Bejaarde.’